Camping Tussendoortje

Heerlijk onthaasten en genieten van rust en ruimte

Kamperen met Lieveke

De zon zakt langzaam weg achter de glooiende heuvels aan de horizon. De lucht is inmiddels fel rood gekleurd en dompelt de akkers die zich voor me uitstrekken in een haast bovenaards licht. Getroffen door de immense schoonheid kijk ik ademloos vanaf een bankje naar de vlammende kleurenschakeringen en stel ik me voor dat de vormeloze wolken eigenlijk beschermengelen zijn die zich, wakend over ons tentje, inspannen om ons een onbezorgde nacht te geven op onze kampeerplaats.

“Het eten is klaar!” roept Lieveke, terwijl ze met een lepel in een pannetje roert dat op de camping gaz staat te borrelen voor ons kleine tentje dat wij die middag opgezet hebben.

Ik sta op, strek mijn benen uit en loop terug naar de tent.

“Bonen met spek, je lievelingskostje.” Mijn vrouw glimlacht en reikt me een goed gevuld plastic kampeerbordje aan.

“Lekker,” zeg ik dankbaar.

Ze schenkt me ook nog wat wijn in. Dat het in een plastic bekertje zit deert me niet, want het smaakt me geweldig.

Hier heerst de wereld niet. Hier lijkt het wel alsof de tijd stil staat en hier krijg ik weer de gelegenheid om mezelf te zijn.

“Gaan we morgen verder?” vraagt Lieveke. “Of wil je liever hier blijven kamperen? Ik ben eigenlijk best wel moe van al dat fietsen.”

“Dan blijven we toch nog een dagje morgen,” antwoord ik haar. “Dan gaan we dat dorpje verkennen en gezellig iets drinken op een terrasje. We hebben geen haast.”

Mij maakt het niet uit. Wij zijn vrij. We kunnen gaan en staan waar we willen. Het leven is mooi en ik voel me de rijkste mens ter wereld. Dat is niet altijd zo geweest. Tenminste niet in de tijd voor mijn ziekte. Toen had ik wel haast en liet ik me meesleuren in het geweld van de wereld. Toen had ik geen tijd om te genieten en zeker niet om te kamperen.

Niemand had gedacht dat ik het gevecht tegen die vreselijke ziekte zou winnen. Ikzelf eigenlijk ook niet, maar samen met Lieveke hebben we dat monster toch mooi de das omgedaan. Nu kan de werkdruk me gestolen worden en geniet ik zo intens van al dat moois dat er op mijn weg komt. Van mijn vrouw en de kinderen. Dat ik nog kan fietsen en dat ik mijn wijntje mag drinken op een onbekende camping ergens ver weg in de velden van België.

De zon is nu onder en het wordt snel donker.
“Lieveke,” zeg ik terwijl er een brok in mijn keel schiet, “kamperen met jou. Dat is de hemel op aarde.”

Ze lacht en pakt mijn hand vast.

“Het wordt koud Karel. We doen nog even de afwas en dan kruipen we lekker in onze slaapzak.”

Ja, denk ik terwijl ik naar Lieveke kijk die de bordjes netjes opstapelt en ze in het afwasteiltje stopt. Dit is de hemel op aarde.

 

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *